De marathon van Rotterdam was zwaar, erg zwaar. Maar dat is natuurlijk geen nieuws. Elke marathon is zwaar. Dat is ook de reden dat een marathon voor veel hardlopers de ultieme sportieve uitdaging is. Dat je na het volbrengen van een marathon iets hebt gedaan dat de meeste anderen niet voor elkaar krijgen.
Na de marathon van Rotterdam stond er een mooi stuk in de Volkskrant van Iwan Tol. Hij had de marathon gelopen met het Sportrustenschema als voorbereiding en was er erg enthousiast over.
Met de conventionele schema’s voor een marathon had hij weinig geluk. Al tijdens de voorbereidingen raakte hij geblesseerd door de lange en zware trainingen. Maar niet met het Sportrusten schema.
Ondertussen wordt het ook wat stiller bij de critici. De aanvankelijke scepsis heeft blijkbaar plaatsgemaakt voor acceptatie. Er zijn dus meerdere manieren om je op een marathon voor te bereiden en Sportrusten is er daar één van.
Een veelgelezen punt van kritiek op de Sportrustenmethode is dat ‘als je geen zin hebt om die 30 kilometertrainingen te doen, je dan ook geen marathon moet willen lopen’. Jammer critici: het gaat niet om willen lopen, het gaat om kunnen lopen. Een mens met een volledige baan naast zijn of haar hobby’s heeft domweg niet voldoende hersteltijd tussen die trainingen. De ondertussen meer dan 2000 lopers die met Sportrusten over de finish zijn gekomen, bewijzen dat het lichaam zeer goed in staat is om na 100 dagen training, waarbij 14 kilometer de langste trainingsafstand is, een marathon te lopen.
Dat we bij Sportrusten zouden roepen dat iedereen met dit schema een marathon kan lopen is onzin. Natuurlijk zijn er eisen waar je aan moet voldoen wil je kans maken sowieso over de finish te komen. In de eerste plaats moet je gezond zijn en de 10 kilometer binnen 1 uur 06 kunnen lopen. Daarnaast is een gezond gewicht een vereiste. Verder gelden gewoon natuurwetten die voor elke methode gelden. Sportrusten is geen wondermethode die van gewone sporters ineens topsporters maakt. Er is namelijk ook nog zoiets als talent. Laat ik mijzelf eens als voorbeeld nemen.
Ik ben een grote kerel van 98 kilo. Niet echt het gewicht om binnen de drie uur een marathon te rennen.
Tot mijn 23ste heb ik op redelijk niveau gehandbald. Met mijn team werden we Nederlands kampioen en met 4 tot 5 keer trainen in de week geeft dat een behoorlijk zware belasting op je lichaam. Het aantal spelers dat met gescheurde enkel en kniebanden zat of een gescheurde meniscus had was behoorlijk. Op latere leeftijd kwamen daar de versleten heupen bij. Zelf kreeg ik “pas” rond mijn veertigste last van mijn knieën. Na het handballen was ik gaan boksen en het ronddansen in de ring geeft net als bij handballen veel zijwaartse belasting van de kniegewrichten.
Na een meniscusoperatie en kraakbeen-knipbeurt aan de rechter en linkerknie adviseerde de orthopeed om het maar wat rustiger aan te doen.
De langste afstand die ik liep was de halve marathon. Ik liep al jaren de Dam tot Damloop en die 5 kilometer extra zouden ook wel lukken. Dat klopte ook maar meer zag ik mijzelf niet doen. Niet met dit lijf en met deze knieën. Bovendien werden mijn tijden er niet beter op met het stijgen der jaren.
Totdat mijn vrouw en een collega mijn attent maakte op een nieuwe renmethode waarbij je op hartslag liep en niet op snelheid. Ik moest er hard om lachen. “Ga je dan trainen op langzaam lopen?” vroeg ik. Het leek me een belachelijk idee. Je wilt toch juist sneller kunnen lopen en niet langzamer? Toch nieuwsgierig geworden besloot ik om het eens te proberen. En het werkte ook nog. Door op een lage hartslag te trainen, ga je sneller lopen. En het mooiste was dat ik na al die jaren nooit mijn pr op de Damloop had verbeterd maar nu liep ik ineens sneller dan 12 jaar geleden. En van mijn knieën heb ik geen last meer gehad.

Na mijn opleiding aan de Energy Control Academy van Stans van der Poel en in het bezit van het Sportrusten Looptrainer Certificaat vond ik het niet meer dan vanzelfsprekend dat ik ook een marathon moest hebben gelopen. Een looptrainer die lopers voorbereidt op de marathon maar er zelf nog nooit een heeft gelopen is één van de bekende stuurlui.
Met het 100 dagen schema bereidde ik me voor op de marathon van Hoorn en liep deze zonder ooit getwijfeld te hebben of het zou lukken uit. Voor mij het beste bewijs dat de methode waarvan Stans van der Poel de grondlegger is, ook werkelijk werkt. Sterker nog, het smaakte naar meer en dan wil je de grootste marathon van Nederland lopen. Ook dat lukte ondanks de warmte en het afzien.

En oh ja, het is zwaar, het doet pijn. Daarom is het een marathon.

 

One Comment

  1. Heel duidelijk en vooral oprecht verhaal Michiel. Ik ben overigens dankzij jou maar ook via anderen een fan van Sportrusten. In februari mijn eerste halve marathon gelopen nooit gedacht dat ik dit zou kunnen. Na deze mijlpaal ga ik in mei de halve in Hoorn lopen. En zo heb ik in 2017 nog de dam tot dam en in november hopelijk nog een halve. Als ik dit blesurre vrij doorsta dan wil ik in 2018 ce marathon van new york gaan lopen. We zien wel , eerst met plezier blijven lopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *