Blijven bewegen.

Op weg naar een afspraak, zie ik dicht bij mijn bestemming, een man wat ongemakkelijk op zijn telefoon kijken. Vlak bij hem staat een oude mevrouw met een rollator.

“Weet u waar de Chrysantenlaan is meneer?” vraagt ze wanneer ik bijna gepasseerd ben. Even kijk ik verbaast naar de man. “Dat kunt u vast op uw telefoon vinden” zeg ik tegen hem. “Ja, dat probeer ik nu” zegt hij. Volgens mij is hij niet heel handig met Google Maps. Zelf pak ik nu ook mijn telefoon want ik weet dat de bloemenbuurt achter mij ligt maar de Chrysantenlaan kan ik zo snel niet plaatsen.

De mevrouw geeft nu ook het huisnummer. “Ik ging boodschappen doen maar nu weet ik niet meer waar mijn huis is.

“Zal ik maar even met u meelopen?” vraag ik de mevrouw.

“Wilt u dat doen?” antwoordt de man. “Ik heb zo een afspraak in het stadhuis om mijn rijbewijs op te halen dus ik heb wat haast”.

De oude mevrouw en ik lopen samen de wijk in richting Chrysantenlaan.

“Ik vind het wel heel aardig dat u dit doet hoor”, zegt ze. “Ik kon zaterdag geen boodschappen doen dus ging ik nu naar de winkel. Maar ik kon de winkels niet vinden en nu weet ik ook niet meer waar mijn huis is”.
“Is er nog iemand anders thuis?” vraag ik. “Ja mijn man en mijn kinderen. Die zijn 17 en 19. Ze zullen me wel uitlachen als ze dit horen”.

“Dat zal toch wel meevallen?” vraag ik verbaasd. “Hoe oud bent u zelf?”.
“Ik ben 87. Maar toen ze uit huis gingen, hebben ze wel meer respect voor mij gekregen hoor. Ik vind het wel heel lief dat u helemaal met mij meeloopt”. Ik kijk haar aan, “af en toe moeten we elkaar een beetje helpen, toch?”

Zo lopen we nog een stuk tot we bij haar woning komen. In de tussentijd zijn haar kinderen alweer een paar keer van leeftijd veranderd, uit huis gegaan en weer naar de middelbare school. Met haar lange termijngeheugen is niets mis, zij het dat de volgorde van dingen wat door elkaar gegaan is.

“Woont u hier?” vraag ik wanneer inderdaad het door haar genoemde huisnummer blijkt te bestaan. “Ja, hier is het”. Het is een verzorgingsflat en haar sleutel laat de schuifdeur open gaan. Ze geeft me een hand en bedankt me hartelijk voor het meelopen.

Terwijl ik terugloop vraag ik me af of ik het nog ergens bij iemand had moeten melden. Stel je voor dat het morgen weer mis gaat en er dan niemand is om te helpen. Snel verdwijnt die gedachte. Natuurlijk zijn er veel meer mensen die wel even mee willen lopen en iemand weer tijdelijk op de rails kunnen zetten. Bovendien zijn de gevolgen van het melden veel erger dan van het niet melden stel ik me zo voor. De verzorging in het tehuis zal er misschien goedbedoeld voor zorgen dat deze mevrouw niet meer zomaar de straat op kan en alleen nog in het verzorgingstehuis wat rond kan schuifelen. Daar wordt ze zeker niet beter van. Zolang deze mevrouw nog lekker buiten kan bewegen moet ze dat gewoon kunnen doen. Mooi een paar uurtjes in de buitenlucht rondwandelen. En tsja, als je daarbij dan de weg kwijtraakt dan is er altijd wel een goede samaritaan die je weer naar huis brengt. Blijven bewegen, daar gaat het om. En om wat goede medeburgers, maar die zijn er zat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *